7.6.09

Mijn ober en ik

Meknes is veruit de kleinste van de vier Marokkaanse koningssteden en misschien wel daarom ook de leukste. Er hangt een ongedwongen sfeer en zelfs in de oude Medina kun je rondlopen zonder dat verkopers in je nek hijgen als je langer dan een nanoseconde naar hun waren kijkt. Ook restaurantjes respecteren potentiële klanten en laten je in alle rust beslissen of je er wilt eten. Of dat zakelijk gezien erg slim is, valt overigens te betwijfelen. Op aanraden van Lonely Planet bezoek ik Restaurant Gambrinus. Gezien het tijdstip (19.30) bereid ik me voor op spitsuur, maar als ik er binnen stap, zie ik helemaal niemand.

Het is voor veel mensen geloof ik een nachtmerrie om in een verlaten restaurant te eten, maar ik vind het fantastisch. Ik hou van de maagdelijke tafeltjes, de stilte die slechts verstoord wordt door een radiootje in de keuken en de ongemakkelijke manier waarop het personeel af en toe quasi-nonchalant komt kijken of alles nog naar wens is.

Ik maak een keuze uit de tafeltjes en kijk om me heen. Aan de muur hangen de geijkte berberaquarellen en de verlichting bestaat uitsluitend uit spaarlampen, die de ruimte een beetje kil maken. Na een paar minuten schuifelt er een oude ober mijn kant op met het menu in zijn hand. Dat menu is ooit geplastificeerd, maar het vocht is door meerdere brandgaatjes naar binnen gesijpeld waardoor het grootste deel van de voorgerechten onleesbaar is.

De ober glimlacht, maar alleen omdat zijn baas hem dat heeft bevolen. Hij moet de pensioengerechtigde leeftijd op zijn minst benaderen maar lijkt zich niet echt te verheugen op alle vrije tijd die voor hem ligt. Eigenlijk ziet hij er uit alsof hij zich al jaren op niets meer verheugt. Ik bestel een jus d’orange en couscous (want ik ben nu eenmaal een cliché-toerist, daar doe je niks aan).

De ober trekt zich terug en even later hoor ik muziek. Hij heeft een cd opgezet met panfluitversies van bekende westerse popliederen. Weg mooie stilte. Lionel Richie zegt gedag, The Beatles mijmeren over gisteren en Elton John voelt de liefde ook vanavond weer. Als je een liedje goed kent, roept het ritme de woorden vanzelf op.

Een kwartier later hoor ik in de verte roestige wieltjes over de plavuizen vloer rijden. Het duurt niet lang voor de ober de hoek omkomt met een karretje waarop twee pannen staan. Tergend langzaam schrijdt hij dichterbij, terwijl ik naar zijn uitgelubberde pak kijk. Het heeft ooit misschien gepast, maar nu hangt het als een jutezak om zijn ingezakte schouders. De ober doet me denken aan een verdrietige clown en even ben ik bang dat er ballonnetjes in de pannen zitten, waarmee hij een hondje voor me in elkaar gaat knutselen. Dat hij me straks bij de rekening in plaats van pepermuntjes een rode neus geeft. Van het huis.

De ober tilt de deksels van de pannen en begint zeer zorgvuldig couscous op mijn bord te scheppen, terwijl de panfluit make-over van Celine Dion’s My Heart Will Go On langzaam naar de climax bouwt.

You’re here. There’s nothing I fear.

De berg couscous is enorm en de ober gebruikt een lepel om er een kuiltje in te maken.

And I know that my heart will…

Hij vist een flink stuk vlees uit de tweede pan en legt het in het kuiltje.

go ooooohoohoohoohooonnnnnn.

De ober gebruikt nog altijd dezelfde lepel om saus over de couscous te gieten. Terwijl het geluid wegsterft, loopt hij terug naar de keuken. Hij heeft het karretje laten staan. In de stilte voor het volgende nummer neem ik mijn eerste hap. De couscous is helaas matig.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten