
Een half jaar is een eeuwigheid in het leven van een poes. In het leven van een mens trouwens ook, want ik kan me niet meer voorstellen dat ze er ooit níet is geweest. Als ik op dit moment naar rechts kijk, zie ik haar liggen op de rode stoel die de hare is geworden. Opgerold als een bol wol. Straks (over een minuut, een kwartier, een uur) zal ze zich uitrekken en gelijktijdig proberen van de stoel af te glijden. Een half jaar is lang genoeg om de gewoonten van een dier te leren kennen. Daarna zijn er vijf opties: eten, kattenbak, krabpaal, vensterbank of schoot. Ik hoop op het laatste. Dan komt ze kirmend aan lopen, haar oogjes nog klein, en begint ze langs mijn benen te slalommen. Ze geeft geen kopjes, ze geeft zich helemaal.
Haar naam is Emiliana. Emi voor intimi.
Nu de lente is begonnen, zet ik het raam steeds vaker een stukje open. Dan zit ze een paar minuten in de vensterbank en springt vervolgens voorzichtig op het balkon, om soms wel een uur doodstil naar beneden te kijken, naar voorbijlopende mensen, honden en andere poezen. Een paar keer heeft ze het gewaagd om op het stenen muurtje te springen. Even flink in haar buurt spuiten met een luchtverfrisser maakte daar een einde aan. Een half jaar is lang genoeg om de fobieën van een dier te leren kennen (1: spuitbus, 2: stofzuiger, 3: leeg etensbakje).
Ritme is belangrijk voor een poes. En dus speel ik vanuit bed altijd nog even met haar voor ik ga slapen. Een hengel met visjes eraan doet het altijd goed, maar de laserpen is favoriet. Ik word nu al weemoedig bij de gedachte dat ze haar hele leven zal jagen op een lichtje dat ze nooit te pakken krijgt. Ik zou graag willen weten of ze echt niet doorheeft dat ze het rode stipje nooit zal vangen of dat het haar gewoon niet uitmaakt. Jagen doet ze in ieder geval. Van de ene kant van de kamer naar de andere. Onder tafelpoten door, glijdend over laminaat, eindigend in de krabpaal.
Als ik dan stop om wat te gaan lezen, loopt ze nog een paar minuten driftig heen en weer, voordat ze met een luidkeels mwiauh op bed springt. Ze test de kwaliteit van mijn dekbedovertrek met haar voorpootjes, wurmt zich onder de deken en legt haar kop tevreden op mijn been. Wat haar betreft kan het licht uit.
Haar naam is Emiliana. Emi voor intimi.
Nu de lente is begonnen, zet ik het raam steeds vaker een stukje open. Dan zit ze een paar minuten in de vensterbank en springt vervolgens voorzichtig op het balkon, om soms wel een uur doodstil naar beneden te kijken, naar voorbijlopende mensen, honden en andere poezen. Een paar keer heeft ze het gewaagd om op het stenen muurtje te springen. Even flink in haar buurt spuiten met een luchtverfrisser maakte daar een einde aan. Een half jaar is lang genoeg om de fobieën van een dier te leren kennen (1: spuitbus, 2: stofzuiger, 3: leeg etensbakje).
Ritme is belangrijk voor een poes. En dus speel ik vanuit bed altijd nog even met haar voor ik ga slapen. Een hengel met visjes eraan doet het altijd goed, maar de laserpen is favoriet. Ik word nu al weemoedig bij de gedachte dat ze haar hele leven zal jagen op een lichtje dat ze nooit te pakken krijgt. Ik zou graag willen weten of ze echt niet doorheeft dat ze het rode stipje nooit zal vangen of dat het haar gewoon niet uitmaakt. Jagen doet ze in ieder geval. Van de ene kant van de kamer naar de andere. Onder tafelpoten door, glijdend over laminaat, eindigend in de krabpaal.
Als ik dan stop om wat te gaan lezen, loopt ze nog een paar minuten driftig heen en weer, voordat ze met een luidkeels mwiauh op bed springt. Ze test de kwaliteit van mijn dekbedovertrek met haar voorpootjes, wurmt zich onder de deken en legt haar kop tevreden op mijn been. Wat haar betreft kan het licht uit.
(Volgende week weer een mening hoor, vrees niet!)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten