19.4.09

Wie denk jij wel niet dat ik ben?

Enige tijd geleden liep ik op een doordeweekse dag rond 11.00 uur ‘s ochtends mijn huis uit om naar de supermarkt te gaan. Ik word erg rustig van verlaten gangpaden, goedgevulde schappen en hol weerklinkende muziek van het soort dat maar weinigen mooi vinden, maar waar nog minder mensen zich echt aan ergeren.

Zover was het helaas nog niet. Halverwege de route zag ik een dame op leeftijd in haar tuin staan. Ik knikte haar vriendelijk toe, maar zag haar mond verzuren. Goedgeluimd als ik was trok ik me daar niets van aan, maar toen ik rustig doorliep, riep ze me opeens na: ‘Moet jij niet naar school vandaag?’ Ik was met stomheid geslagen. Ik ben nu 27 jaar en het is me al sinds mijn 16de niet meer overkomen dat iemand me jonger dan 18 schatte. Haastig antwoorde ik iets in de trant van ‘nou, mevrouw,dat is al wel een tijdje geleden hoor!’ en maakte me uit de voeten.

Pas later, de boodschappen stonden al in de kast, besefte ik dat de dame haar opmerking waarschijnlijk als sneer had bedoeld. Ze dacht gezien het tijdstip natuurlijk dat ik werkloos was en ergerde zich aan de glimlach waarmee ik me in die rol schikte.

Aan dit voorval moest ik denken toen ik het artikel ‘Beroofd van je identeit’ las, geschreven door Suzanne Weusten, voormalig adjunct-hoofdredacteur van de Volkskrant. Nadat Weusten haar baan opgaf om voor zichzelf te beginnen, kreeg ze veel bemoedigende reacties die echter veelal een wat meelijwekkende ondertoon hadden. In de ogen van de meeste mensen was ze werkloos geworden en dat is een lastig stigma. ‘Wie ben ik?’ is een vraag die voor jezelf al moeilijk genoeg is, dus je kunt het anderen nauwelijks kwalijk nemen als ze in de war zijn wanneer hun enige, of op zijn minst belangrijkste, referentiekader, Het Werk, wegvalt.

Toch was ik enigszins geschokt door de reactie van de tuinierende dame, omdat het me deed beseffen dat ‘sociale controle’ in de engste zin van het woord blijkbaar nog altijd bestaat. Nooit had ik me gerealiseerd dat mensen zich een beeld van mij vormen op basis van het tijdstip waarop ik naar de supermarkt ga. Plotseling vroeg ik me af wat mijn buren van me denken. Die weten ook niet wat voor werk ik doe en zien mij op de gekste tijden het huis in- en uitlopen (als ze eens een dagje vrij hebben natuurlijk). Ik kreeg de bijna onweerstaanbare neiging om aan te bellen en te vragen: "Hallo, wie denk jij wel niet dat ik ben?", maar schrok terug voor de mogelijke antwoorden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten